Burgers en Hoefer

Stichters van Arnhemse toeristische attracties

De twee grootste toeristische attracties van Arnhem zijn ongetwijfeld Burgers Zoo en het Nederlands Openluchtmuseum, beide naast elkaar gevestigd in het noorden van Arnhem langs de Schelmseweg.
De websites van museum en dierenpark geven volop informatie over hun activiteiten. Arnhem2day wil daarom alleen stil staan bij de oprichters van het dierenpark en het museum, respectievelijk Frederic Hoefer en Johan Burgers.  

Frederic Hoefer

Frederic Hoefer

 

Frederic Adolph Hoefer (1850-1938)
Frederic Hoefer was een Nederlands militair en historicus. Zoon van een protestantse predikant in het katholieke Sittard werd hij op 15-jarige leeftijd naar kostschool gestuurd. Toen hij 18 jaar was koos hij voor een militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Van een militaire carrière zou echter weinig terecht komen. Luitenant van de artillerie Hoefer viel tijdens een oefening te paard op het Rozendaalse Veld van zijn paard en dat betekende einde militaire loopbaan.

Daarna ontwikkelde Hoefer zich met name op cultureel vlak. Zo was hij onder andere directeur van het Provinciaal Overijssels Museum. Hij was een van de voortrekkers van de historische vereniging Gelre en zat in enkele provinciale commissies voor monumenten en archeologie in Gelderland. Ook was hij grondlegger van het Legermuseum in Delft. Dit laatste museum werd in 2013 samengevoegd met het Militaire Luchtvaart Museum tot het Nationaal Militair Museum (in Soesterberg).

In 1910 brachten Hoefer en de Arnhemse burgemeester Van Heemstra (familie van elkaar) een bezoek aan het openluchtmuseum bij Kopenhagen in Denemarken. In Noord Europa waren openluchtmusea al een bekend fenomeen. Naast Denemarken waren er openluchtmusea in Zweden (Stockholm) en Noorwegen (Oslo). Tijdens hun bezoek aan het openluchtmuseum kregen de heren het idee om in Nederland ook een openluchtmuseum op te richten. Deze musea waren geen traditionele musea, de focus lag op het volk (volkskunde) in het algemeen en op alledaagse dingen die in het hele land voorkwamen. Dus niet de grote stad, maar ook de provincie en het platteland.
De collecties waren buiten in de natuur te bekijken en niet in een of ander donker gebouw. Het openluchtmuseum laat zien hoe het vroeger in ons land was: b.v. boerderijen, woonhuizen, openbaar vervoer, klederdrachten.

Hoefer wilde het museum eerst in Amsterdam vestigen, omdat de andere openluchtmusea in Noord-Europa dichtbij de hoofdsteden lagen. Burgemeester Van Heemstra (Gemeente Arnhem) stelde grond ter beschikking op de Waterberg aan de Schelmseweg. Dus eigenlijk werd bij toeval de Gemeente Arnhem een toeristische attractie rijk. In 1912 werd de Vereniging Het Nederlands Openluchtmuseum opgericht. Vanwege de Eerste Wereldoorlog werd het museum pas is 1918 opengesteld. Hoefer bleef tot 1937 voorzitter van de vereniging en de rest is geschiedenis.

Door de jaren heen ontwikkelde het museum zich tot wat het nu is, een toeristische attractie van nationale allure. Meest recente uitbreiding in het museum is de Canon van Nederland.
Zie de website van het museum: www.openluchtmuseum.nl

Johan Burgers

Johan Burgers

 

Johan Burgers (1870-1943)
Johan Burgers, zoon van een arbeider en oprichter van Burgers Dierenpark (nu Koninklijke Burgers Zoo), was oorspronkelijk veehandelaar in ‘s-Heerenberg (Achterhoek). Bij zijn huis in ’s-Heerenberg hield hij rond het jaar 1900 fazanten en honden. Hij won veel prijzen met zijn dieren, vooral in Duitsland. Later ging hij in deze dieren handelen. Vanwege zijn groeiende collectie dieren kocht hij een groot stuk grond in zijn woonplaats en noemde het Buitenlust. Door zijn hobby raakte Burgers ook geïnteresseerd in huisvesting van dieren. In 1908 maakte Burgers een eerste reis naar dierentuinen in Duitsland. Het dierenpark van de familie Hagenbeck in Hamburg maakte grote indruk op Burgers. Het was het eerste park ter wereld waar wilde dieren rondliepen in verblijven zonder tralies. De dieren liepen rond in een kunstmatig rotslandschap van beton, van de bezoekers gescheiden door brede grachten. Burgers wilde dit ook en besloot deze aanpak in Nederland te introduceren. Naast zijn fazanten en honden ging hij ook vossen, dassen, wilde zwijnen, wolven, roofvogels, pelikanen en flamingo’s huisvesten. In 1913 opende Burgers in ’s-Heerenberg het eerste particuliere dierenpark van Nederland; het werd een succes.

Toen Burgers rond 1916 leeuwen, beren en hyena’s aanschafte was de gemeente ’s-Heerenberg niet bepaald blij. Burgers mocht maar beperkt uitbreiden. In combinatie met het groeiend aantal bezoekers en de moeilijke bereikbaarheid van het park, deed dit Burgers zoeken naar een nieuwe plek. Hij ging op zoek naar een goed bereikbare locatie bij een grote stad.
Het gemeentebestuur van Arnhem was direct enthousiast en gaf Burgers naast het in 1918 geopende Openluchtmuseum tien hectare bosgrond in eeuwigdurende erfpacht.  Arnhem werd de nieuwe locatie. Nijmegen was ook in de race, maar reageerde te laat.  Dus eigenlijk werd bij toeval de Gemeente Arnhem een toeristische attractie rijker.
In 1924 ging Burgers Dierenpark open met dezelfde aanpak van huisvesting van dieren als in het park van de familie Hagenbeck in Hamburg. In 1926 kwam er een leeuwenvallei in het park, daarna een tijgervallei en een ijsberenvallei. In 1936 kwam er een olifant. De meeste Nederlanders gingen toen nog niet op vakantie (naar het buitenland), maar kwamen wel graag naar de bosrijke omgeving van Arnhem om het dierenpark te bezoeken.

Drie generaties

Drie generaties

 

De leiding van het park werd in 1939 overgenomen door de jongste dochter van Johan Burgers, Lucie. Lucie was getrouwd met Reinier van Hooff. Vervolgens ging de leiding over naar haar zoon Antoon van Hooff en weer later naar Alex van Hooff; de rest is geschiedenis.

Door de jaren heen ontwikkelde zich het dierenpark tot wat het nu is, een toeristische attractie van nationale allure. Meest recente uitbreiding is de Bush, de Ocean, de Desert, de Mangrove.
Zie de website: www.burgerszoo.nl

Twee toeristische attractieparken van nationale allure, min of meer door toeval in Arnhem terecht gekomen en in dezelfde tijd gesticht (tussen 1915 en 1925).