Johnny van Doorn

Johnny van Doorn (1944-1991), alias Johnny the Selfkicker, was een schrijver, dichter en vooral een voordrachts- kunstenaar. Een typische exponent van de 60er jaren van de vorige eeuw, de tijd van provo’s, Dolle Mina’s, drugs, het afzetten van jongeren tegen de gevestigde orde, protestacties, flower power etc.

Johnny werd geboren in Beekbergen, waar zijn ouders naar geëvacueerd waren als gevolg van de ontruiming van Arnhem tijdens de 2e Wereldoorlog (Slag om Arnhem – Operatie Market Garden). In Arnhem was hij in zijn jeugd woonachtig aan de Sint Peterlaan 8 in het Sonsbeekkwartier. De middelbare school moest hij voortijdig verlaten. Met de stad Arnhem had hij een moeilijke verhouding: hij hield van Arnhem, had er volgens zichzelf een gelukkige jeugd, maar zette zich ook af tegen de stad, haar sufheid en haar burgerlijkheid. Typisch jaren 60.
Hij vertrok in 1962 naar Amsterdam (the place to be), maar kwam in zijn latere jaren weer terug naar Arnhem waar hij geborgenheid, geluk en veiligheid vond.

De jonge Johnny begon zijn bestaan als dichter en voordrachtskunstenaar in Arnhem in zaken zoals café De Kameleon (hoek Duizelsteeg/Luthersestraat), Hotel Carnegie (Stationsplein) en op de tapijtafdeling van het voormalige warenhuis V&D. Dat warenhuis, vlakbij Musis Sacrum, ligt nu aan het (hoe kan het ook anders) Johnny van Doornplein. Een ode van de stad aan haar dichter/schrijver.
Hij experimenteerde met, en droeg voor zijn zogenaamde geluidspoëzie: het ‘oerdicht’, een gedicht terugbrengend naar de oorsprong, namelijk harde geluiden die niet echt meer op woorden lijken.
Luid articulerend en woest gebarend bracht hij zijn werk ten gehore, totdat hij er vaak letterlijk bij neer viel.

Zoals gemeld vertrok Johnny in 1962 naar Amsterdam. Zijn voordrachten choqueerde mensen, waardoor hij niet bijzonder populair was in zijn tijd. Tijdens zijn voordrachten, mede onder invloed van drugs en alcohol, raakte hij vaak volledig in extase. In zijn werk kwam druggebruik en seks geregeld aan de orde. Johnny was gericht op het teweeg brengen van schokeffecten, hetgeen hem ook lukte. Kortom, Johnny was geruchtmakend.
In Amsterdam kwam hij onder andere in contact met schrijver/dichter Simon Vinkenoog en werd hij nationaal bekend na een door Simon in Stadschouwburg Carré in 1966 georganiseerde poëzieavond. Johnny schreef twee dichtbundels, had een eigen tv- en theatershow en trad in het land op voor clubs, scholen e.d. Met Cherry Duyns en kunstenaar Armando trad hij op in de toen populaire tv-serie Herenleed (vanaf 1973 – VPRO).

Johnny bleef, ook na zijn Amsterdamse periode, optreden in heel het land. Iedereen wilde het weerbarstig fenomeen wel zien en horen. In totaal schreef hij twee poëziewerken en zes boeken.
Zijn bekendste werken zijn ‘Mijn kleine hersentjes’ (1972 – poëzie) en ‘Gevecht tegen het zuur’ (1984 – proza). In veel van zijn werken kwam Van Doorn terug op zijn gelukkige Arnhemse jeugd.
Na zijn ‘wilde jaren’ in Amsterdam keerde hij dus als een ‘verloren zoon’ weer terug naar Arnhem.
Zo waren er twee Arnhems in zijn werk: het herinnerde en het later hervonden Arnhem.

Johnny van Doorn stierf 46 jaar oud in 1991 aan kanker. Een exponent van de jaren 60 uit de vorige eeuw. Een Arnhemmer met een grote bek, maar met een klein hartje.

In 1993 werd de ‘Johnny van Doornprijs voor de Gesproken Letteren’ in het leven geroepen. Deze tweejaarlijkse prijs werd 1993 voor het eerst uitgereikt, en wel aan Simon Vinkenoog. Andere winnaars zijn onder andere Willem Wilmink, Jules Deelder en Bart Chabot. Na 2012 is de prijs niet meer uitgereikt.