Marga Klompé

,

Arnhems meisje en eerste vrouwelijke minister in Nederland

Het belangrijkste wapenfeit als politica was het onder haar leiding tot stand brengen in 1963 van de: Algemene Bijstandswet.

Marga Klompé (16-8-1912) was de dochter van Joannes Klompé en Ursula Verdang. Vader Klompé was in Arnhem eigenaar van een postpapierbedrijfje. Vanaf 1920 woonde Marga met haar ouders aan de Apeldoornseweg 26. Gedurende Operation  Market Garden in 1944 evacueerde Marga met haar familie naar Apeldoorn. Verder woonde daarna Marga in Arnhem aan de Sweerts de Landasstraat 91 (1945-1952) en de Bouriciusstraat 2-III. Omstreeks 1967 verhuisde ze naar Den Haag.

Klompé studeerde scheikunde aan de Universiteit Utrecht (1929-1937) en promoveerde daarna nog in de wis- en natuurkunde (1941). Vanaf 1942 studeerde ze ook nog geneeskunde aan die universiteit maar ze moest deze studie afbreken doordat de universiteit noodgedwongen, als gevolg van de 2e Wereldoorlog, moest sluiten.
Van 1932 tot 1949 was ze lerares scheikunde.

Foto: Klompé als minister van Maatschappelijk Werk achter haar bureau in 1958

Tijdens de 2e Wereldoorlog was Marga actief in het verzet, onder meer als koerierster. In de meidagen van 1940 hielp zij bij de verpleging van gewonden bij de Grebbeberg.
Haar schuilnaam in het verzet was Dr. Meerbergen en op haar onderduikadres was ze bekend als Truus van Aken. Tijdens de verzetsactiviteiten leerde ze Willen Drees kennen, de latere premier van Nederland. Na de oorlog heeft ze zich ingezet voor de wederopbouw van Nederland. Voor haar was het een vanzelfsprekende zaak dat een vrouw in beginsel even geschikt was als een man voor welke functie dan ook. Dit was voor haar een motivatie ook met politiek bezig te zijn.

Marga was een diepgelovige (katholieke) vrouw. Ze was lid van de Katholieke Volks Partij (KVP); de partij die later opging in het huidige CDA. Vanaf 1948 was ze voor de KVP lid van Tweede Kamer van het Nederlands Parlement. In 1956 werd zij de eerste vrouwelijke minister in Nederland. Van 1956 tot 1963 was ze Minister van Maatschappelijk Werk en van 1966 tot 1971 Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Onder haar leiding werd, zoals al in het begin gemeld, de Algemene Bijstandswet in 1963 in Nederland ingevoerd.

Van 1972 tot 1985 was ze voorzitter van de commissie Justitia et Pax Nederland: een katholieke organisatie voor gerechtigd en vrede (www.justitiaetpax.nl) en actief in 128 landen. Van 1971 tot aan haar dood in 1986 was zij de eerste vrouwelijke minister van Staat: een eretitel die in uitzonderlijke gevallen wordt toegekend door de koning, op voordracht van de ministerraad. De titel wordt tegenwoordig toegekend aan politici of staatslieden die geen publieke functie meer vervullen. De titel heeft geen wettelijke basis. Na Marga Klompé werd er tot op heden nog maar één vrouw tot Minister van Staat benoemd: Els Borst van D’66 (in 2012). Deze politica kwam in februari 2014 door een misdrijf om het leven.

Marga onderhield goede banden met het Koningshuis. Ze werd in 1951 benoemd tot lid van een (eventuele) Raad van Voogdij voor het geval koningin Juliana zou overlijden voordat prinses Beatrix 18 jaar was.
Ook woonde ze in 1951 (spirituele) bijeenkomsten bij op kasteel het “Oude Loo” (Apeldoorn) waarbij ook onder andere koningin Juliana, oud-koningin Wilhelmina en Greet Hofmans aanwezig waren.
Deze bijeenkomsten leidden tot de zogenaamde “Greet Hofmans affaire”  en die leidde bijna tot een constitutionele crisis in Nederland, maar uiteindelijk kwam alles nog op zijn pootjes terecht.
Bij de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980 droeg Marga de Grondwet waarop de vorstin de eed aflegde.

Dit alles overziende heeft Marga, een Arnhems meisje, het goed gedaan als vrouw en politica.
Ze overleed in oktober 1986; op haar begrafenis mocht van haar niet over haar persoon worden gesproken.

Borstbeeld Marga Klompé in de tweede kamer